Wikia


Bestand:Mekongnaga.jpg

De naam haringkoning is in heel veel talen de naam voor de zeevis Regalecus glesne, die in het Nederlands ook bekend is onder de naam riemvis. Oorspronkelijk werd de naam haringkoning vooral gebruikt voor de mul, ofwel koning van de poon (Mulus surmuletus).

MythologieEdit

De haringkoning wordt door 16e eeuwse Scheveninger Adriaen Coenen in zijn bekende Visboeck zowel uitgebreid als uitbundig beschreven. Hij begint met te stellen dat de vis - deze 'koning' van de haring - feitelijk geen haring is en beschrijft het fenomeen dat ooit veel Hollandse haringvissers fascineerde aldus:

Desen vische is gans root als den zee haen en is versche gegeten denselfden smaecke als den zee haen dan hij heeft scillen grooter dan den harinck en is bij naest dat faetsoen dan hij ronder en dicker es.

Het gaat hierbij dus, naar Coenen schrijft, om een zeevis die net zo rood is als een zogenoemde zeehaan of rode poon en die - als ze vers wordt gegeten - nèt zo smaakt. De schubben van deze vis zijn groter dan die van een haring, maar de vis doet qua vorm denken aan de haring, alhoewel ze wat ronder en dikker is. Coenen vertelt vervolgens dat hij weet (van horen zeggen!) dat de vissers altijd 'wel verblijt' zijn wanneer ze tussen de 'hondert duzent haringhen' een dergelijke vis aantreffen in hun netten. De vissers zijn dáárom zo blij, omdat zij, wanneer ze deze 'koning' tussen de haringen ontdekken, een goede hoop hebben dat ze in de komende tijd veel haringen zullen vangen. Coenen wijdt er zelfs een aantal dichtregels aan en rijmt:

Het es een Coninck van groote macht Die altijt reyst bij dage ende bij nacht
Nochtans en heeft hij burch noch casteel Hi en heeft in hemel in aerde inde helle geen deel
Het is heyden noch kersten (christen) u wel versint Nochtans is hi al der werelt vriend
Elc wenst hem doot of ghevanghen Nae hem hebben veel menschen verlangen
Wij kersten (christenen) laten voor hem so menich man Soe dat wijf ende kinderen bescrijen dan.

Riemvis of mul?Edit

Het opmerkelijke is dat de door Coenen getekende haringkoning, in zowel kleur als vorm afwijkt van de riemvis. Wel kunnen de lange vinstralen op de kop van de riemvis als een kroontje worden gezien, zoals Coenen deze op zijn vis tekende.

Coenens tekening lijkt meer op de mul ofwel koning van de poon (Mulus surmuletus). Deze rode vis met grote schubben en een prima smaak wordt bijna twee eeuwen later in het boek Natuurlijke Uitspanningen van Job Baster ook "Koning van den Haring" genoemd. Voordat Hermann Schlegel in 1858 de naam haringkoning aan de riemvis koppelde werd in verreweg in de meeste oude bronnen met de Koning van de Haring of de Zeekoning de mul aangeduid met als goede tweede de draakvis (Chimaera monstrosa). De mul kunnen we beschouwen als de oorspronkelijke haringkoning.

In NederlandEdit

Op 19 mei 2009 spoelden op Texel en Vlieland twee haringkoningen (riemvissen) aan van respectievelijk 3.20 en 3.30 meter, en ongeveer 30 jaar oud. Volgens bioloog Pierre Bonnet van Ecomare op Texel is het de eerste keer dat zulke vissen in Nederland zijn aangespoeld.

LiteratuurEdit

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.