Wikia


De gevolgen van de capitulatie van 's-Hertogenbosch waren groot voor de regio. Sommige inwoners van 's-Hertogenbosch hadden niet de indruk, dat deze verovering definitief zou zijn. Zij verwachtten dat de Spaanse troepen de stad weer zouden proberen te heroveren. Dit gebeurde echter niet, zodat de band met het Hertogdom Brabant verbroken bleef. De stad 's-Hertogenbosch kwam samen met de Meierij van 's-Hertogenbosch onder het gezag van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, verenigd in de Unie van Utrecht. Dit gebied werd een onderdeel van Staats-Brabant. De zuidelijke grens kwam te liggen, waar nu ook de grens ligt, maar Lommel hoorde daar ook nog bij. Lommel is met België na 1839 geruild met Luyksgestel. Een onbekend aantal inwoners van de stad, in ieder geval honderden, verliet op 17 september de stad en trok naar het zuiden, in de hoop dat het daar veilig zou zijn. Anderen, ook (kinderen van) Bosschenaren die in 1579 wegens hun reformatische godsdienst de stad hadden moeten verlaten, kwamen juist weer terug. Een ander gevolg van de capitulatie was de vervanging van de katholieke en koningsgezinde stadsregering van 's-Hertogenbosch. Zeven katholieke raadslieden moesten verdwijnen, terwijl twee moesten aanblijven, om de nieuwelingen te instrueren. Pas in 1794 kreeg de stad zijn eigen bestuur terug. Dat was bij de komst van de Fransen. Johan Wolfert van Brederode was de eerste gouverneur onder Staats gezag. In de Sint-Janskathedraal werd op woensdag 19 september een eerste hervormde dienst gehouden. Frederik Hendrik van Oranje en zijn gemalin Amalia van Solms waren hierbij aanwezig. Andere hoge gasten waren de Koning van de Bohemen en de Prins van Denemarken. De katholieke erediensten werden verboden. De Sint-Jan werd protestants, evenals de andere katholieke kerken. In de stad waren wel katholieke schuilkerken, die tegen betaling van steekpenningen wel werden gedoogd. Het Vrouwenconvent Sint Geertrui werd gesloten en het gebouw van het vrouwenklooster werd vanaf 1629 gebruikt als Militair Hospitaal. De economie van de stad groeide na 1629. In het begin van de zestiende eeuw had 's-Hertogenbosch 25.000 inwoners, ten tijde van het Beleg van 's-Hertogenbosch waren er slechts ongeveer 11.000 over. Na de sluiting van de Schelde in 1648, werd 's-Hertogenbosch een knooppunt tussen Holland en de Zuidelijke Nederlanden. Het inwoneraantal groeide toen weer. In de stad werden een aantal gebouwen gebouwd. De Citadel werd gebouwd. Frederik Hendrik had als aanvaller ervaren, dat de afstand tussen Bastion Baselaar en Bastion Vught te groot was. Hij liet daarom Bastion Oranje bouwen, om te voorkomen, dat de Spanjaarden de stad terug zouden veroveren. Ook veranderde de naam van het Bastion Grobbendonck van naam. Het zou na de capitulatie Bastion Oliemolen heten. Bij de Vrede van Münster in 1648 werd bepaald dat Staats-Brabant niet het achtste lid van de Unie zou worden. Staats-Brabant werd een generaliteitsland. Dit hield in, dat Staats-Brabant onder het gezag van de Republiek viel en geen stemrecht had in het landsbestuur. Dit gold ook voor Staats-Limburg en Staats-Vlaanderen. Het tijdvak van 1629 tot 1648 staat bekend als de retorsieperiode.

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.