Wikia


Bestand:JesusPharisees.jpg
De farizeeën – enkelvoud: farizeeër – (Nederlands: afgescheidenen, onderscheiden, onderrichten) waren een Joodse religieuze groep die omstreeks 200 v.Chr. is ontstaan. Mogelijk zijn zij de opvolgers van de Chasidiem (= Vromen), die omstreeks de Makkabeese opstand naar voren kwamen.

Geloofsopvattingen en geschiedenis Edit

De farizeeën hielden zich strikt aan de joodse wetgeving zoals neergeschreven staat in eerste Vijf Boeken van de (Hebreeuwse) Bijbel. Daarnaast hielden zij zich aan de mondelinge overlevering (de Misjna). Ze geloofden dat een vroom leven en een strikte navolging van de Wet de mens dichter bij God zou brengen. De farizeeën zagen het als hun taak de gewone mensen te bereiken en om hun kennis aan hen over te dragen. De farizeeën waren bij uitstek een groep die zich identificeerde met het 'gewone volk', dit in tegenstelling tot de verhelleniseerde (vergriekste) sadduceeën, de partij van de Hogepriesters en overpriesters. De farizeeën zelf kwamen voort uit leken en priesters. Onder hen waren misschien ook wel aristocraten die de leer van de sadduceeën afwezen.

De farizeeën geloofden in tegenstelling tot de sadduceeën in engelen, geesten (Handelingen 23,8), de opstanding uit de dood en het Laatste Oordeel (Matteüs 22,23 en Handelingen 23,8). Desondanks weten we niet zoveel van hen. Hoewel niet-hellenistisch, bespeurt men toch ook niet-joodse elementen in hun leer, met name wat astrologie. Hoewel aanhangers van de voorzienigheid Gods, geloofden zij wel in de vrije keuzes die de mens in zijn/haar leven moest maken. Hun leer was consequent, hun opvattingen voor die tijd progressief en zeker niet conservatief.

Overigens bestonden er onder de farizeeën diverse richtingen, van liberaal tot conservatief (zo was Gamaliël, die Paulus had onderwezen, een leider van de liberale richting binnen de farizeeën).

Nadat het koningshuis van de Hasmoneeën ook het hogepriesterschap op zich had genomen en naarmate de Hasmoneese koningen zich meer en meer inlieten met het hellenisme, keerden de farizeeën zich steeds meer tegen hen. Onder koning Alexander Janneüs (104-78 v.Chr.) leidde dit tot heftige confrontaties en vervolging van de farizeeën. Alexanders opvolgster Salome Alexandra (78-69 v.Chr.) begunstigde hen echter en gaf hen zelfs een plaats in het Sanhedrin. Hoewel hun politieke macht nooit zo groot is geweest als die van de sadduceeën, de partij van de elite, waren de farizeeën bij uitstek degenen die de publieke opinie konden beïnvloeden.

In het sanhedrin, het hoogste rechtscollege (dat overigens ook een politieke functie had, een soort volksvertegenwoordiging) te Jeruzalem, bezetten de farizeeën de minste zetels. Zij waren vaak in conflict met de sadduceeën (Handelingen 23,7-10) en de aanhangers van Herodes (Herodianen).

Hun verhouding tot de Romeinen was afwijzend, maar ging niet zover als de Essenen (terugtrekken uit de wereld en kloosters stichten), de Therapeuten (verg. met de Essenen en de Quram-sekte) en de Zeloten en Sicariërs (gewapende guerrillastrijd).

De farizeeën speelden een grote rol bij de Joodse Opstand (70 na Chr.) tegen het Romeinse gezag. Met succes wisten zij de Romeinen tijdelijk uit Jeruzalem te verdrijven. Een van hun farizeese leiders, Flavius Josephus, die gevangen werd genomen door de Romeinen, werd later een verdienstig geschiedschrijver, die ons het een en ander over de farizeeën meldt in zijn boeken.

Na de Joodse Opstand verdween de partij van de sadduceeën, doch de farizeeën bleven bestaan en bewaarden het joodse erfgoed en de joodse godsdienst. Hun leer komt sindsdien naar voren in de talmoed. Men kan gerust stellen dat het de farizeeën waren die de joodse godsdienst hebben bewaard.

Farizeeën in het Nieuwe Testament Edit

De farizeeën komen meerdere malen voor in het Nieuwe Testament, zowel in de Evangelieën als in Handelingen van de Apostelen en in de Brief aan de Galaten. In het Evangelie volgens Matteüs komen de farizeeën negatief over, als extreem wettisch. Dit moet men in de tijd plaatsten, de breuk tussen christendom en jodendom was reeds voltrokken in de gemeente waar de schrijver van het Matteüs Evangelie lid van was. In het Evangelie volgens Lucas komen de farizeeën sympathieker over: ze nodigen Jezus bij hen thuis uit (Luc. 7,36-50) en waarschuwen hem voor de herodianen (Luc. 13,32-33). In het Evangelie volgens Johannes gaat Jezus in debat met Nicodemus, een overste van de joden, die later zijn aanhanger wordt (Joh. 3,1-21; 7,45-52; 19,39).

In het boek Handelingen van de Apostelen speelt Paulus, een farizeeër een hoofdrol. Paulus krijgt tijdens een zitting van het Sanhedrin bijval van de farizeeën omtrent de Opstanding van de doden, waar de sadduceeën niet in geloofden (Hand. 23,6-7). De farizeeën vinden dat Paulus niet vervolgd moet worden omdat hij niets zegt wat in strijd is met de joodse godsdienst (Hand. 23:9). Paulus noemt zich niet alleen een zoon van een farizeeër, maar ook meldt hij dat hij een farizeeër is (Hand. 23,6). Paulus gaat echter in tegen het wetticisme, wat vooral duidelijk wordt in de Brief aan de Galaten.

In Handelingen 15,5 wordt melding gemaakt van farizeeën die christen zijn geworden.

Hedendaags taalgebruik Edit

De term farizeeër – meervoud: farizeeërs – wordt soms gebruikt om personen aan te duiden die de letterlijke naleving van regels belangrijker vinden dan mededogen, al dan niet onder verwijzing naar de oorspronkelijke betekenis van de term in de Bijbel (zoals ook "judas" voor verrader, "ongelovige thomas" voor skepticus enz.). In oktober 2008 maakte bijvoorbeeld de Rotterdamse dominee Dick Couvée een vergelijking tussen de hedendaagse ongelijke verdeling van de rijkdom met de parabel uit Lucas over de arme Lazarus: de zelfgenoegzame en feestvierende rijken gaan in purper en fijn linnen gekleed, maar struikelen over de bedelaar die bij de deur ligt. Volgens hem werden door Jezus daarmee vooral de farizeeën "op hun nummer gezet" [1].

Volgens het woordenboek is een farizeeër in het Nederlands taalgebruik vooral een schijnheilige ofwel huichelaar.

Zie ook Edit

Bronnen, noten en/of referentiesEdit

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Grote Winkler Prins Encyclopedie, 7de druk, 1976
  • Bijbel in de nieuwe vertaling, NBG'51, 1953

Noot:

  1. Willem Pekelder "Geslaagde rijke moet de arme de hand reiken" - Topmanagers met hun bonussen zijn net farizeeën, in dagblad Trouw katern deVerdieping dinsdag 21 oktober 2008, pag. 6/7
an:Fariseu

be:Фарысеі bg:Фарисеи ca:Fariseus cs:Farizeové da:Farisæereel:Φαρισαίοςeo:Farizeojet:Variserid fi:Farisealaiset fo:Fariseararnir fr:Pharisaïsme fy:Fariseeërs he:פרושים hr:Farizeji hu:Farizeusok id:Farisi it:Farisei ja:ファリサイ派 ko:바리사이 파 ln:Farizé lt:Fariziejai ms:Kaum Farisi nn:Farisearar no:Fariseere oc:Farisaïsme pl:Faryzeusze pt:Fariseus ro:Fariseu ru:Фарисеи sh:Fariseji sk:Farizej sl:Farizeji sr:Фарисеји sv:Fariséer sw:Mafarisayo tl:Mga Pariseo zh:法利赛人 zh-yue:法利賽人

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.