Wikia


Het bisdom Groningen-Leeuwarden is een van de zeven bisdommen van de Nederlandse katholieke kerkprovincie. Het omvat de provincies Groningen, Friesland en Drenthe en de Noordoostpolder. Het bisdom draagt zijn dubbele naam sinds 4 februari 2006. Tot die datum was het bisdom bekend als bisdom Groningen.

Kerncijfers (van het KASKI) van het bisdom Groningen-LeeuwardenEdit

In het jaar 2006 maakte het katholieke volksdeel met circa 109.000 kerkelijk geregistreerde gelovigen 6,1% van de totale bevolking van het bisdom uit. Iedere zondag bezochten gemiddeld 7.385 mensen de kerk. Dat is 0,4 percent van de totale bevolking van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Over het totale weekend gemeten (dus zaterdag en zondag inclusief dubbeltellingen van diegenen die op beide dagen naar de kerk gaan), met bijna 12 % is het weekend kerkbezoek van de nog aanwezige katholieken in het het bisdom Groningen-Leeuwarden het hoogste van alle Nederlandse bisdommen. De (KASKI) kerncijfers over 2007 voor het bisdom zijn niet gepubliceerd, alhoewel uit de wel gepubliceerde landelijke cijfers blijkt dat het aantal gelovigen, priesters, kerkgebouwen, gedoopten en het aantal kerkbezoekers in 2007 verder zijn afgenomen.

Gevolgen van securalisering Edit

Het aantal priesters is sinds de 70-er jaren aanmerkelijk afgenomen. Er werken anno 2007 nog slechts 26 priesters in het bisdom Groningen-Leeuwarden, daarnaast zijn er een aantal emeriti-priesters actief. In het bisdom zijn 90 katholieke kerken, die in 84 parochies staan. Vanwege een tekort aan priesters hebben pastoors verscheidene parochies onder hun hoede (in sommige gevallen 6 tegelijkertijd, hetgeen een grote belasting betekent). Daarnaast zijn er 28 pastoraal werkers en diakens werkzaam in het bisdom. Vanwege de toenemende secularisering en de wil om te komen tot een beter bestuur heeft het bisdom verscheidene keren moeten reorganiseren. Sinds de laatste reorganisatie in 2006 kent dit bisdom (als eerste van Nederland) geen dekenaten meer.


De voortgaande ontkerkelijking noodzaakt verdere drastische reorganisaties in de Nederlandse bisdommen. Volgens plan zal het aantal parochies in 6 van de 7 bisdommen in slechts een paar jaar met circa 80 % afnemen, de opevallende uitzondering hierbij is het (kleinste) bisdom Leeuwarden-Groningen dat geen plannen heeft (gepubliceerd)om het aantal zelfstandige parochies te verminderen.

Enige jaren geleden zijn de laatste kloosters in het bisdom gesloten, het meest noordelijke klooster is nu gelegen in Zwolle net ten zuiden van het bisdom.

GeschiedenisEdit

Het eerste bisdom Groningen maakte deel uit van de nieuwe bisschoppelijke indeling van de Nederlanden zoals die door paus Paulus IV bekend werd gemaakt (in diens bul Super Universas van 1559). De nieuwe indeling kwam tot stand op aandringen van koning Filips II om het oprukkende protestantisme terug te dringen. De eerste bisschop werd in 1561 benoemd, de Martinikerk werd verheven tot kathedraal. Het bisdom omvatte alleen de tegenwoordige provincies Groningen en Drenthe. Friesland vormde een apart bisdom met zetel in Leeuwarden. Dit eerste bisdom Groningen heeft maar kort bestaan: de eerste bisschop, Johan Knijff, was tevens feitelijk de laatste, en zelfs hij had al moeite zijn ambt uit te oefenen. Als hij geen hulp zou hebben gekregen van de hertog van Alva zou hij de stad niet eens hebben kunnen betreden. Na zijn dood in 1576 werd er nog wel tot twee maal toe iemand benoemd, maar deze laatste twee bisschoppen konden niet eens meer in de stad zelf worden gewijd. Groningen viel in het vervolg onder het gezag van de Staten-Generaal, in het gebied waar de rooms-katholieke Kerk verboden was.

In 1561 werd Johan Knijf tot eerste bisschop benoemd. Bisschop Knijf was een Franciscaan. Hij werd in 1563 door kardinaal Granvelle in Brussel tot bisschop gewijd. De stad verzette zich tegen de komst van een bisschop en pas in 1568 nam mgr. Knijf, gesteund door troepen van de Hertog van Alva, zijn cathedra in zijn kathedraal in. Hij stierf in 1576 aan de pest. De overleden bisschop werd vanwege de besmettingsangst snel en zonder veel plichtplegingen begraven in een vrij graf in het ambulatorium ten oosten van het altaar. Later werden zijn resten opgegraven en in een grafkelder onder het koor gelegd. Er is geen steen en ook geen grafmonument bewaard gebleven.

Dertien jaar lang bleef de in het koor opgestelde bisschoppelijke troon leeg. Pas in 1589 werd de Utrechtse kanunnik Johan van Bruheze tot tweede bisschop van Groningen benoemd. Hij kwam nooit naar Groningen en werd in 1593 Aartsbisschop van Utrecht. Zijn opvolger werd de dominicaan Arnoldus Nijlen. Deze derde bisschop van Groningen bracht in zijn gevolg tal van jezuïeten mee om de contrareformatie te bevorderen. Op 22 juli 1594 veroverden prins Maurits en de Friese stadhouder Willem Lodewijk Groningen.

De reductie van Groningen (een verdrag waarin de stad en de Ommelanden werden samengevoegd voor het lidmaatschap van de Unie van Utrecht) maakte een einde aan het openlijk belijden van het katholicisme in Noord Nederland en ook aan de Martinikerk als kathedraal. De bisschop moest vluchten.

Hollandse zendingEdit

Het bisdom Groningen had weliswaar opgehouden te bestaan, maar het Groninger, Friese en Drentse katholicisme natuurlijk niet, al was het in laatstgenoemde provincie wel heel dunnetjes geworden. Niet alleen op plaatsen waar de leden van de landadel, de bewoners van de borgen en stinsen, katholiek waren gebleven, werd in het geheim de mis opgedragen, maar ook katholiek gebleven landbouwers speelden hierbij een grote rol. Zo ontstond rond 1730 de statie Den Hoorn in de omgeving van de Lulemaborg te Warfhuizen. Een schuilkerk werd gebouwd op een aangekocht stuk land ten zuiden van het reeds lang bestaande lintdorp. Ook de staties Bedum en Uithuizen lijken hun oorsprong deels te danken te hebben aan adellijke ondersteuning, al speelden katholieke boeren op onder meer de Poel (Bedum), Kruisstee (Usquert) en Langenhuis (Uithuizen) ook een grote rol. Rondtrekkende priesters, zogenaamde "omes" droegen in de schuren van boerderijen als Feddemaheerd (Kloosterburen) de mis op, de eerste jaren soms met gevaar voor eigen leven, later veelal "gedoogd", al dreigden doorlopend boetes en uizettingen van priesters. Groningen, Friesland en Drenthe waren met andere woorden een deel geworden van de Hollandse Zending, het missiegebied boven de grote rivieren.

Herstel van de hiërarchie: geen bisdom GroningenEdit

Hoewel er van tevoren wel over gesproken was, kwam er bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 géén bisdom Groningen: het gebied werd bij het aartsbisdom Utrecht gevoegd. Uiteindelijk werd het in 1956 gesticht (tegelijk met het bisdom Rotterdam), eigenlijk alleen vanwege de eigenheid van de streek en de bevolking. Er woonden relatief gezien immers erg weinig katholieken en veel roepingen voor het priesterschap waren er ook nooit geweest in de drie noordelijke provincies. Daarom speelde men met de gedachte Twente aan Groningen toe te voegen, maar dit werd tegengehouden door de op dat moment zojuist aartsbisschop van Utrecht geworden kardinaal Alfrink, die die bron van priesters hard nodig had voor zijn eigen bisdom. Friesland hoorde er echter deze keer wel bij.

Het nieuwe bisdom GroningenEdit

De heroprichter en eerste moderne bisschop was mgr. P.A. Nierman, tot dan toe pastoor en deken van Groningen. Hij was geen geleerde, maar een praktische zielzorger met een ruime ervaring als kapelaan en pastoor. Hij was een groot voorstander van oecumene en werkte samen met andere zielzorgers en andere christelijke kerken. In de jaren vijftig en zestig werden er veel moderne kerken in het bisdom gebouwd. Nierman reorganiseerde de kerkelijke structuren en stichtte een kleinseminarie, het Liudgerconvict in Glimmen. Het Liudgerconvict was verbonden aan het Maartenscollege, het enige katholieke lyceum in het Noorden, dat in deze jaren sterk groeide. De Groninger Sint-Martinuskerk, een neogotische schepping van de Roermondse architect Pierre Cuypers, werd de nieuwe kathedraal.

Monseigneur Möller, bisschop in een moeilijke tijdEdit

De opvolger van Nierman als bisschop van Groningen in 1969 was mgr. Johann Bernard Wilhelm Maria Möller. Zijn episcopaat duurde dertig jaar. In deze periode werd ook het jonge bisdom Groningen getroffen door de kerkelijke crisis (door behoudende katholieken wel Tweede Beeldenstorm genoemd) die ontstond tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. Het kerkbezoek liep sterk terug, de liturgie werd indringend gewijzigd en onder de geestelijkheid en de meer kerkbetrokken gelovigen stak de polarisatie de kop op. In 1969 werd het Liudgerconvict opgeheven; een jaar later verloor de Sint-Martinuskathedraal zijn functie, om tenslotte in 1982 plaats te maken voor de nieuwbouw van de universiteitsbibliotheek. Later werd de Sint Jozefkerk, eveneens van architect Cuypers, en veel meer dan de Sint Martinus een hoogtepunt in diens oeuvre, tot kathedraal verheven.

De aimabele bisschop Möller had niet de mogelijkheid om iets aan de moeilijkheden van de katholieke kerk te doen.

Bisschop EijkEdit

Mgr Eijk-Heilig Bloed

Mgr. Eijk (midden), Heilig Bloedprocessie te Brugge

Toen monseigneur Eijk op 6 november 1999 aantrad als opvolger van bisschop Möller, werd hij bijna onmiddellijk door de landelijke pers aangevallen op zijn standpunten ten aanzien van de seksuele moraal, die extreem conservatief en onbuigzaam zouden zijn. Aanleiding was een aantal collegedictaten uit de jaren '90 die Eijk aan priesterstudenten had gegeven in de tijd dat hij moraaltheologie doceerde aan onder andere de seminaries van ’s-Hertogenbosch en Roermond, en die nu bij de kerkhistoricus Ton van Schaik waren terechtgekomen. Vooral de opmerkingen over homoseksualiteit die erin stonden, deden veel stof opwaaien; deze leverden de bisschop niet alleen een protest op van de Nederlandse Vereniging voor Integratie van Homoseksualiteit COC, maar ook de ex-priester Herman Verbeek en de Acht-Mei-beweging uitten scherpe kritiek op Eijks denkbeelden. Van Schaik noemde de opvattingen van Eijk "onpastoraal en onbarmhartig". "Dit zijn denkbeelden uit de jaren dertig, relicten uit een afgesloten verleden." [1] Op andere opmerkingen van Eijk reageerde het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) pijnlijk getroffen: de bisschop zou hebben verklaard dat wat de katholieke Kerk de joden in de loop der eeuwen had aangedaan, vaak schromelijk overdreven werd. Een aangezegde strafvervolging wegens discriminatie werd echter niet ontvankelijk verklaard, omdat er volgens de officier van Justitie geen opzet in het spel was en de dictaten evenmin voor de openbaarheid bestemd waren geweest.[2] In de loop van september 1999 luwde deze zaak na verzoenende stappen van de verschillende partijen.

In 2001 werd de bisschop getroffen door een hersenbloeding, en moest hij zijn bisdom lange tijd aan zijn beide vicarissen overlaten. Na deze moeilijke start werd het episcopaat van mgr. Eijk daarna getekend door opbouw van de kerk. Als meest sprekende voorbeeld mag de Groningse kathedraal genoemd worden, die veranderde van een kerk die vooral op slot zat naar een zeer levendige en open kerkgemeenschap. Het aantal priesterwijdingen is de afgelopen jaren wat gestegen. Echter het aantal katholieken en het aantal kerkbezoekers (relatief het hoogste in Nederland) is in recente jaren verder afgenomen.

Sommigen zijn van mening dat de benoeming van Willem Eijk als bisschop van Groningen-Leeuwarden het bisdom geen goed heeft gedaan: zo werd de rol van pastorale werkers werd teruggedrongen - maar analoog daaraan is de liturgische rol van leken in de gehele rooms-katholieke kerk minder prominent geworden. Het beleid van het bisdom werd traditioneler ten koste van sommige gebruiken die in Nederland in de jaren zestig en zeventig ontstonden.

Op 11 december 2007 werd mgr. Eijk met onmiddellijke ingang benoemd tot aartsbisschop van Utrecht. De leiding over het bisdom Groningen bleef hij nog waarnemen tot september 2008. Ook verscheidene andere hogere bisdomfunctionarissen uit de bisdomstaf zijn naar het aartsbisdom of andere bisdommen overgeplaatst, wat de toch al kleine staf nog verder heeft gereduceerd. Het bisdom heeft twee vicarissen: P. Wellen, pastoor van het parochieverband Uithuizen, Bedum, Kloosterburen en Wehe-den Hoorn, en L. van Ulden ofm, pastoor van Sneek.

Op 13 september 2008 werd mgr. Eijk als bisschop van Groningen opgevolgd door Gerard de Korte, die daarvoor hulpbisschop was van het aartsbisdom Utrecht.

NaamsveranderingEdit

In verband met de historische claims van Friesland en Leeuwarden op een bisschoppelijke zetel werd de naam van het bisdom per 4 februari 2006 veranderd in Bisdom Groningen-Leeuwarden. Dit gebeurde bij gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het bisdom.

KathedraalEdit

Bestand:Sint-Jozefkathedraal2.jpg

De huidige kathedraal van het bisdom is de Sint-Jozefkerk aan de Radesingel. Bij de hernieuwde oprichting van het bisdom in 1956 werd de toenmalige Sint-Martinuskerk aan het Broerplein tot kathedraal verheven. Deze kerk werd echter in 1970 aan de eredienst onttrokken, en uiteindelijk in 1982 gesloopt. Tijdens het eerste bisdom Groningen, in de zestiende eeuw, was de toen nog katholieke Martinikerk de kathedraal van Groningen.

Bisschoppen van GroningenEdit

De bisschoppen van het eerste bisdom Groningen:

  1. Johannes Knijff (1559-1576)
  2. Jan van Bruhesen (1589-1592)
  3. Arnold Nijlen (-1603)

Bisschoppen van het voormalige bisdom Leeuwarden:

  1. Remigius Driutius (1561-1569)
  2. Cuneris Petri (1569-1580)

De bisschoppen van het tweede bisdom (vanaf 1956):

  1. Petrus Antonius Nierman (1956-1969)
  2. Johann Bernard Wilhelm Maria Möller (1969-1999)
  3. Willem Jacobus Eijk (1999-2008)
  4. Gerard de Korte (2008-heden)

Voetnoten Edit

  1. Bisschop: 'Homo's kunnen niet liefhebben' NRC-archief, 18 augustus 1999
  2. Geen strafrechtelijk onderzoek tegen bisschop Eijk Katholiek Nieuwsblad, 10 september 1999

Zie ookEdit

Externe link Edit


<tr><th style="width:100%; font-size:87%; padding-bottom:2px; text-align:center; background-color: #ddeef8; color:black;">Bisdommen in Nederland</th></tr>
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.